Nieuws

Gemeentelijk actieplan tegen de Brusselse straatprostitutie




Open Vld en MR Brussel Stad op bezoek in Antwerpen voor een gemeentelijk actieplan tegen de Brusselse straatprostitutie

Hoe kunnen we de overlast door de straatprostitutie, een groeiend fenomeen in de Brusselse straten, uitroeien? Dat is de vraag waarover de verkozenen van MR en Open Vld Brussel zich buigen, in de hoop een concreet antwoord te kunnen bieden op het probleem.

Met verschillende interpellaties hebben de liberalen in de Brusselse gemeenteraad de toenemende overlast al veroordeeld. Het probleem ondermijnt de leefkwaliteit van bewoners in bepaalde Brusselse buurten.

Na verschillende klachten en kreten om hulp van het Alhambra-Comité (groepering van burgers in de buurt van de KVS, de Van Gaverstraat, de Koopliedenstraat, de Lakensestraat... ), constateren we dat de interpellaties geen reactie uitlokken bij de meerderheid (PS/cdH/CD&V/sp.a/Groen).

Verder lijdzaam blijven toekijken, kan niet. Er moet iets gebeuren.

Vandaar dat Open Vld en MR op donderdag 1 maart op ‘werkbezoek’ gaan naar Antwerpen.

Doel is precies om oplossingen te zoeken voor de nadelige effecten gelinkt aan de (straat)prostitutie en om succesvolle praktijkvoorbeelden uit te wisselen. We willen daarbij inspiratie opdoen bij de verantwoordelijken van STOP: ‘Stedelijk Overleg Prostitutie’.

De delegatie bestaat uit senator Alain Courtois (lijsttrekker van de tweetalige Brusselse stadslijst MR/Open Vld bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen), de Brusselse parlements- en gemeenteraadsleden Els Ampe en Marion Lemesre en Europees parlementslid en gemeenteraadslid Frédérique Ries.

De liberalen zullen van dit gemeentelijk actieplan in de stijd tegen (straat)prostitutie een belangrijk programmapunt maken voor de volgende gemeenteraadsverkiezingen. De komende jaren zal dit actieplan uiteraard een prioritair aandachtspunt blijven.

Vraagstelling

Kunnen we prostitutie beschouwen als een beroep als een ander? Is het een handel? Is het geweld tegen vrouwen?

Het onderwerp zorgt voor veel debat op politiek niveau omdat het niet enkel moraal en ethiek betreft maar ook bepaalde aspecten van het recht (zoals het recht op werk en het recht op zelfbeschikking).?
De wetgeving hieromtrent varieert van overheid tot overheid: verbod, regelgeving, afschaffing… België heeft op 2 december 1949 het Verdrag van New York geratificeerd. Het doel van dit verdrag is de uitbuiting door prostitutie tegen te gaan.

De Belgische wetgeving tolereert de prostitutie maar bestraft de uitbuiting ervan. Wat er dus op neerkomt dat ‘alles wat rond de prostitutie draait’, strafbaar is. Voorbeelden: tippelen, er publiciteit rond maken, koppelarij...

Ondanks het feit dat de wetgeving voldoende lijkt, is de uitvoering ervan vaak problematisch. Het onderzoek hangt af van een al dan niet proactieve aanpak van de politie (observatie, patrouilles op het terrein, aftappen van telefoongesprekken, bewakingscamera’s... )
Deze (uitzonderlijke) onderzoeksmethodes verlopen niet altijd naar behoren. De politiediensten merken eveneens op dat de verworven onderzoeksresultaten significant van elkaar kunnen verschillen op basis van de interpretatie van een rechter. De internationale juridische samenwerking verbetert met de tijd maar blijft verschillend van land tot land.

Mensensmokkelaars in criminele netwerken met als enige doel seksuele exploitatie zijn actief in de hele Europese Unie. Daarom pleiten we voor een globale aanpak, met alle juridische en beleidsniveaus. Hiervoor dient er een perfecte coördinatie te bestaan tussen het parket en de politiediensten. Ook lokale stedelijke en gemeentelijke administraties moeten worden geresponsabiliseerd.

In bepaalde steden bestaat er al specifieke regelgeving.
Zo is in Luik sinds 2003 straatprostitutie verboden, behalve op enkele plaatsen met strikte voorwaarden.
De gemeente Schaarbeek heeft sinds september 2011 een gemeentelijk reglement met afbakening van bepaalde prostitutiebuurten, om zo een mogelijke expansie te voorkomen. Ze heeft eveneens een politiereglement dat ernaar streeft de nadelige buurteffecten van prostitutie te verminderen door het toekennen van erkenningscertificaten.

Door deze maatregelen, in combinatie met efficiënt terreinwerk door de politiezone Brussel-Noord, doet er zich een verschuiving van de straatprostitutie richting Brussel-Stad (Louizalaan en het Alhambrakwartier) voor. Naar schatting werken er 5.000 prostituees in Brussel, de stad waar prostitutie het meeste opbrengt.

Vorig jaar heeft MR reeds een ‘afterwork’ georganiseerd in het kader van deze problematiek. Namen deel aan het debat: Patsy Sörensen, voormalig Europees parlementslid en experte qua mensenhandel, Karin Carlens, de verantwoordelijke magistrate voor de prostitutiedossiers van het Brusselse parket en commissaris Daufin van de politiezone Brussel-Noord.

Patsy Sörensen, die ons zal begeleiden in Antwerpen, zegt: ‘Prostitutie is als een Engelse pudding. Als men er aan één kant op drukt, komt het aan een andere kant opnieuw naar boven.’ Ze pleitte reeds voor een Brussels globaal en transversaal plan zoals ze dat heeft ingevoerd in Antwerpen, toen ze als schepen bevoegd was voor deze problematiek.

Met de overdracht van veiligheidsbevoegdheden naar het Brussels Gewest, moet het mogelijk zijn zo’n plan uit te werken en dringt zich gecoördineerde actie op.

In afwachting van regionale coördinatie mag Brussel-Stad haar verantwoordelijkheid niet ontlopen. Ze moet de nadelige gevolgen van straatprostitutie aanpakken.

Het Alhambra-Comité vecht er al jaren tegen. Ze menen terecht dat deze vorm van prostitutie niet thuishoort in de residentiële buurten van Brussel. Tot vandaag krijgt het geen duidelijke antwoorden van burgemeester en meerderheid.

tv brussel, 1 maart 2012