Nieuws

Open Vld eist actie van Muyters: Seksueel misbruik in de sportwereld kan niet onbeantwoord blijven




Vlaams Parlementslid Lionel Bajart (Open Vld) dringt er samen met partijgenote Carina Van Cauter (Federaal volksvertegenwoordiger) op aan dat de Vlaamse overheid actie onderneemt inzake seksueel grensoverschrijdend geweld in de sportwereld. De laatste dagen bleek nogmaals dat deze problematiek te lang onderbelicht is gebleven. Het excuus dat ‘er geen meldingen zijn’ om concrete acties uit de weg te gaan, heeft nu echt wel zijn vervaldatum overschreden. Elk onderzoek toont immers het tegenovergestelde aan, en de getuigenissen en steunbetuigingen uit diverse sporttakken (denk maar aan zwemmer Pieter Timmers, taekwondoka Jouad Achab of wielrenster Anne-Sophie Duyck) benadrukken dit. “Wat moet er gebeuren voor het probleem kan worden aangepakt”, vragen Bajart en Van Cauter zich af.

De getuigenis van Ann Simons, als een van de ambassadeurs voor het internationale VOICE-project over seksueel grensoverschrijdend gedrag in de sportwereld, maakte de afgelopen dagen heel wat los. Hoewel er al meer getuigenissen opdoken, blijven die grotendeels beperkt tot de Judofederatie. Het is echter wishful thinking dat er enkel bij die federatie een probleem is. Sport heeft immers een aantal specifieke kenmerken die ervoor zorgen dat er een groter risico is voor grensoverschrijdend gedrag. Het is immers per definitie een lichamelijke aangelegenheid, waar coachende aanrakingen vaak voorkomen. Bij sporters (en clubs) staat het sportief succes vaak voorop. Indien hiervoor alles moet wijken, kunnen grenzen verder vervagen. Ook de vrijwilligersgevoeligheid van de sector, waarbij er soms een snel komen en gaan van tijdelijke krachten is, zal ook altijd een aandachtspunt blijven.

Carina Van Cauter verwijst naar de bijzondere commissie betreffende behandeling van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie, inzonderheid binnen de kerk die in 2011 al vaststelde dat het ontbrak aan acties in de sportwereld om gevolg te geven aan bevindingen die in de marge van dat onderzoek naar boven kwamen. “Ook toen al werd gezegd dat er geen weet was van meldingen, terwijl uit (inter)nationaal onderzoek bleek dat ongeveer 10% te maken kreeg met grensoverschrijdend gedrag. Het feit dat er geen meldingen waren moeten we vandaag de dag nog steeds horen. Eind 2016 bevestigde minister Muyters nog dat er geen meldingen waren bij Sport Vlaanderen. De bijzondere commissie formuleerde in 2011 al specifieke aanbevelingen voor de sportsector. Ik kan bijna niet anders dan vaststellen dat daar te weinig mee gebeurd is.”

Lionel Bajart vult aan: “Er werd toen verwezen naar het decreet Gezond en Ethisch Sporten, dat een duidelijke mogelijkheid gaf om aan de sportfederaties een verplichting op te leggen grensoverschrijdend gedraag aan te pakken. Die mogelijkheid wordt vandaag door Muyters echter niet gebruikt.”

Ook in het sportfederatiedecreet (dat de subsidies van de Vlaamse Overheid aan de sportfederaties regelt), wordt er maar zeer beperkt ingezet op beleid tegen grensoverschrijdend gedrag. Daarbij wordt in een uitvoeringsbesluit wel vermelding gemaakt van een procedure voor de afhandeling van klachten inzake discriminatie en seksueel grensoverschrijdend gedrag, maar dit maakt onderdeel uit van één van de 14 zachte indicatoren voor goed bestuur van de sportfederaties. Deze zachte indicatoren betreffen echter een inspanningsverbintenis en geldt maar voor 5% van de totale subsidies.  Het valt dus te betwijfelen of dergelijke beperkte voorwaarden kunnen gebruikt worden als stok achter de deur om federaties die te weinig inspanningen leveren in de strijd tegen (en bewustmaking rond) seksueel grensoverschrijdend gedrag, onder druk te zetten.

Voor de twee liberale parlementsleden is het duidelijk dat actie ondernomen moet worden: op dit moment biedt de Vlaamse overheid een aantal goede instrumenten om zo’n beleid te voeren (bvb. het ‘vlaggensysteem’). De federaties worden echter niet verplicht dit ook te doen, waardoor er ook niet gecontroleerd wordt of hun beleid ter zake effectief is. Dat er bijvoorbeeld geen meldingen zijn, valt deels te wijten aan het gebrek van een meldpunt in de sportwereld.

“Wat wij vragen is een beleid dat nog meer inzet op bewustmaking rond de problematiek dan nu reeds het geval is. Dit zien wij tweeledig: enerzijds om ervoor te zorgen dat slachtoffers over hun ervaringen kunnen praten, en anderzijds dat er concreet ingezet wordt op sensibilisering door de federaties zodat toekomstig misbruik tegengegaan wordt. De problematiek bespreekbaar maken is van cruciaal belang, uit respect voor de slachtoffers ervan en als preventiemiddel.”