Nieuws

Jeugdbewegingen vrijgesteld van onroerende voorheffing




De Brusselse regering heeft onder impuls van minister van Begroting Guy Vanhengel een aantal vrijstellingen en verminderingen van de onroerende voorheffing goedgekeurd. Bedoeling is tevens om de regels transparanter te maken in het licht van de overname van de onroerende voorheffing. Vrijstellingen en verminderingen van de onroerende voorheffing zullen in een en dezelfde wettekst worden gebundeld. Belangrijke verandering is dat jeugdlokalen vanaf 1 januari 2018 van een vrijstelling van onroerende voorheffing kunnen genieten.


Ook zal onder meer rekening worden gehouden met een aantal maatschappelijke ontwikkelingen, zoals het gedeeld ouderschap voor de toepassing van de verminderingen voor kinderen ten laste en wordt beoogd bepaalde misbruiken te voorkomen.

Wat de jeugdlokalen betreft wordt voorzien in een expliciete en specifieke vrijstelling voor jeugdbewegingen. Vanaf volgend jaar zouden dus worden vrijgesteld van de onroerende voorheffing de onroerende goederen of delen van onroerende goederen die bijna uitsluitend worden gebruikt door de jeugdbewegingen erkend door de Gemeenschappen.

De vermelding bijna uitsluitend beoogt te vermijden dat de vrijstelling wordt verloren indien het gebouw sporadisch voor andere doeleinden wordt gebruikt (bijvoorbeeld verhuur voor een feest georganiseerd door een lid van de jeugdbeweging).

Het voorontwerp van ordonnantie dat een en ander moet regelen, is nu voor advies naar de Raad van State.