René Coppens reageert op de rellen van 15 november op het Muntplein




Het centrum van Brussel werd vorige week woensdag voor de tweede keer op korte tijd opgeschrikt door rellen met een groep jongeren. Een bekend, maar controversieel snapchatfenomeen met honderdduizenden volgers riep op om te verzamelen op het Muntplein. Een deel van de opgedaagde jongeren liet de bijeenkomst vervolgens ontaarden in geweld tegenover de ordediensten en in daden van vandalisme. 


Er werd schade toegebracht aan het straatmeubilair, aan de Muntschouwburg en aan Muntpunt. Auto’s, ramen en etalages werden ingeslagen en beschadigd. Eigendom van de overheid en van gewone mensen, vernield van het ene moment op het andere; voor de fun of voor de kick.


Vandalisme en geweld tegenover politie zijn nooit te vergoelijken.


Wie aansprakelijk gesteld kan worden voor deze rellen, moet het gerecht uitmaken. Maar het staat buiten kijf dat de relschoppers die overgegaan zijn tot geweld en vandalisme, zich hiervoor ook moeten verantwoorden. 


We geven onze jongeren kansen en we moeten dat blijven doen. Terzelfdertijd moeten we kordaat optreden tegenover zij die over de schreef gaan.


Maar jongeren die fouten hebben gemaakt, verdienen anderzijds ook een nieuwe kans om zich te herpakken en hun verantwoordelijkheid op te nemen in onze maatschappij. Want van zodra we onze jongeren opgeven, dan falen we als samenleving in haar geheel. 


Ganse bevolkingsgroepen dreigen door deze feiten weer gestigmatiseerd te worden. We mogen dan ook niet aanvaarden dat Brusselaars tegen elkaar worden opgezet. En we mogen daar zelf ook niet actief aan bijdragen door een retoriek van ‘wij’ tegen ‘zij’. Brussel, dat zijn wij allemaal.   


Het geweld van de afgelopen week is geen collectieve verantwoordelijkheid. Geweldplegers zijn individueel verantwoordelijk voor hun eigen daden. Maar de preventie ervan is wel een gezamenlijke verantwoordelijkheid.


Maatschappelijke problemen moeten we onder ogen zien en dienen benoemd te worden, maar dat vereist nuance en empathie en geen stoere verklaringen of spierballengerol. We mogen best collectief verontwaardigd zijn, maar we mogen ons in elk geval niet laten ophitsen. Paniek is een slechte raadgever.


Zoals we het gedrag van enkelingen niet mogen veralgemenen en niet mogen projecteren op hele gemeenschappen, mogen we ook niet toelaten en aanvaarden dat Brussel wordt gereduceerd tot criminaliteit. Dat gebeurt in de berichtgeving over onze hoofdstad maar al te vaak, met zware imagoschade tot gevolg. 


Brusselaars houden van hun stad en zien met lede ogen aan hoe ze telkens weer wordt afgeschilderd als een no go-zone of een hellhole. 


J’en ai marre! Ik wil in dit debat dan ook oproepen tot nuchterheid, terughoudendheid en redelijkheid, van iedereen en op alle vlakken.  


René COPPENS

Brussels volksvertegenwoordiger